nieuwe directeur jeugdreclassering william schrikker groep?

Purmerend:

De William Schrikker Groep heeft een nieuwe directeur Jeugdreclassering?
Natuurlijk heeft meneer Rob Schuddemat voorheen werkzaam als afdelingshoofd bij skhj ruimtelijk inzicht om ieder geval kleur bekennen dat zijn voorgangster 17 keer toegeeft dat er fouten zijn gemaakt tegen over Reinier.

Natuurlijk geven wij Dhr. Rob Schuddemat het voorwoord:

Woord vooraf
Voor U ligt het jaarverslag 2010 van de William Schrikker Jeugdreclassering.
Dit Jaarverslag 2010 beschrijft de ontwikkelingen en resultaten over 2010. Het jaar 2010 heeft
onder andere in het teken gestaan van het door de Minister voor Jeugd en Gezin te nemen besluit
over de bestuurlijk- en juridische inpassing van de Stichting William Schrikker Groep.
De uitkomsten van de evaluatie en het besluit van de Minister zijn van groot belang geweest voor
de cliënten en het personeel. De William Schrikker Groep (WSG) ziet kansen in het besluit dat
genomen is en heeft in 2010 daarop haar strategie bepaald.
Onze visie op wat nodig is voor onze doelgroep is door de jaren heen gevoed door menig
autoriteit binnen de jeugdzorg, de gehandicaptenzorg, de geestelijke gezondheidszorg, de politiek,
door alle op de doelgroep gerichte cliëntenorganisaties en door (inter)nationaal onderzoek.
Het is mede deze brede erkenning die de medewerkers van de WSG ook in 2010 motiveerde zich
naar beste kunnen in te zetten voor circa 10.000 cliënten met een beperking en/of hun ouders met
een beperking.
Het jaarthema 2010 van de WSG was: “Koersvast”. Dit thema was een logisch gevolg van het tot
op heden gevoerde meerjarenbeleid van de organisatie. Het jaarthema verwoordde dat we
expliciet de verdere implementatie van de vijf Programma’s uit 2009 hebben ingezet en extra
aandacht hebben voor de borging van de gemaakte en bestaande afspraken.
Sinds 1 januari 2011 bestaat de Jeugdreclassering 10 jaar . Het zijn 10 jaren geweest waarin
groei, innovatie en het behartigen van de belangen van de doelgroep continu op de agenda
hebben gestaan. Ik ben er trots op wat we samen hebben neergezet en kijk terug op een tijd vol
veranderingen, professionalisering, het behalen van het HKZ certificaat en ontwikkelingen binnen
de Jeugdreclassering. Het samenwerken met medewerkers die betrokken zijn op de doelgroep
binnen een organisatie die vooruitstrevend is en wil blijven is een goede reden om door te gaan.
De doelgroep is de laatste jaren steeds meer onder de aandacht gekomen en we hebben er mede
voor gezorgd dat de eerste gedragsinterventie voor LVB (licht verstandelijk beperkte) is erkend
door de erkenningscommissie…..maar we zijn er nog niet.
R. Schuddemat
Directeur Jeugdreclassering
Maart 2011

Vaak vinden we het prettige waar mensen werkzaam zijn geweest, dat geeft meer transparantie in de geheel bestuur structuur.
Daarom hebben wij wat dingetjes uitgezocht, mocht het anders zijn dan horen wij dat graag van de William Schrikker Groep?

http://www.browndale.nl/node/19

www.browndale.nl

Over de Browndalehuizen in Friesland

De eerste 15 jaar

Sinds het ontstaan van het Browndalewerk in Nederland, zijn er op organisatorisch gebied veel veranderingen en ontwikkelingen geweest. Dit heeft in de loop der jaren veel onduidelijkheden gegeven en ook Browndale Friesland werd hierin niet gespaard. Om enige duidelijkheid te scheppen in de chaos, volgt hieronder een chronologisch overzicht.

In 1973 werd het eerste Browndalehuis geopend in Amsterdam. Het initiatief hierover wat ontstaan bij mensen die in canada hadden kennis gemaakt met deze unieke vorm van werken met moeilijke, emotioneel gestoorde kinderen. In Nederland (met steun en onder auspiciën van Browndale Canada) werd de stichting BROWNDALE NEDERLAND opgericht om de Browndalewerkwijze te ontwikkelen en vorm te geven.

Stichting Browndale Nederland
Het politieke en sociale klimaat leek rijp voor een dergelijk initiatief: hulpverleners waren ontevreden met de verstarde, geïnstitutionaliseerde kinderbeschermingstehuizen en vanuit de overheid was er de politieke wil en financiële ruimte voor experimenten.
Stichting Browndale Nederland ging voortvarend te werk en nieuwe huizen ontstonden in verschillende delen van het land (de regio’s Rotterdam, Nijmegen, Winterswijk, Uden). Om de visie en uitgangspunten van Browndale ook naar andere Europese landen uit te dragen werd de Stichting BROWNDALE EUROPA opgericht. Dit werd tevens de stichting die de middelen ging beheren en dit doorsluisde naar Browndale Nederland. Browndale Nederland bleef de centrale organisatie voor de werkvormen; starten van nieuwe huizen, intake, personeelsbeleid, financiën- en middelenbeheer voor de huizen en regio’s administratie, inservicetraining, ontwikkelen van de methodiek e.d.

In 1976 ontstond bij de J.P.D. Sneek, de behoefte om ook Browndalehuizen te starten in Friesland. Browndale Nederland pakte deze vraag op en na de praktische voorbereidingen werd in 1977 het eerste huis in LUTKEWIERUM geopend. In diezelfde periode kwam er een Browndalehuis in Eelde, wat vrij snel daarna verhuisde naar de SNEKERSTRAAT te Bolsward. In 1978 werd een boerderij aangekocht aan de MARNEWEG te Bolsward en bestond de regio Friesland uit 3 therapeutische gezinshuizen. In 1980 ging het 4e therapeutisch gezinshuis van start in ARUM en in 1981 werd het normalisatiegezinshuis te Sneek geopend, de J.W. FRISOSTRAAT.

De verschillende regio’s werden werkstichtingen en de nieuwe naam voor Friesland werd BROWNDALE NOORD NEDERLAND.

Stichting Browndale Noord-Nederland
Terwijl de ontwikkelingen in de desbetreffende regio’s gewoon doorgingen ontstonden bij Browndale Europa grote financiële problemen. Terwijl de inkomsten terugliepen (o.a. door het instorten van de huizenmarkt) gingen de uitgaven op dezelfde voet door: de schulden werden groter en groter. De verstrengeling tussen Browndale Europa en Browndale Nederland was erg groot en de slechte financiële positie van Browndale Europa werd een steeds groter risico voor het voortbestaan van Browndale Nederland en de afzonderlijke werkstichtingen: er werd besloten om een duidelijke scheiding aan te brengen. In 1981 werd een nieuwe directeur aangesteld voor Browndale Nederland en per januari 1982 werden de statuten gewijzigd en de naam veranderd in PAIDOS. Browndale Noord Nederland kreeg eveneens een nieuwe naam: PAIDOS FRIESLAND.

Deze actie mocht echter niet baten, want door een akte van medeschuldenaarschap werd PAIDOS alsnog mee getrokken in het faillissement van Browndale Europa.
Door het ministerie werd geen enkele medewerking verleend in het voort laten bestaan van de werkvormen en het zag er dus naar uit dat de Browndalewerkwijze zou verdwijnen uit Nederland. Door medewerkers en plaatsende instanties werd dit nieuws met ongeloof en afkeuring ontvangen en op allerlei niveaus werd actie ondernomen om het tij te keren. Door de politiek te interesseren en te beïnvloeden werd in juni 1982 een (door alle politieke partijen gesteunde) motie aangenomen in de Tweede Kamer, die het voortbestaan van de Browndalewerkwijze garandeerde.

De consequenties die daaraan vastzaten waren o.a. dat de landelijke stichting moest verdwijnen en dat de “bedden” ondergebracht zouden worden bij verschillende andere instellingen. In de periode juni-november 1982 werden er voor de afzonderlijke regionale werkstichtingen onderhandelingen gevoerd en oplossingen gezocht. De uitkomst voor Paidos Friesland was een onderbrenging per 1 november 1982 bij 3 verschillende stichtingen, t.w.: bij Stichting Leefgroephuizen Friesland werd Lutkewierum ondergebracht, Kinderhuis Hid Hero Hiem kreeg het beheer over de Marneweg en de Sneekerstraat en De Driesprong Drachten nam het normalisatiehuis te Sneek onder zijn hoede.

Door de capaciteitsverdeling was er slechts ruimte voor 3 therapeutische gezinshuizen en werd Arum gesloten. De stichting Paidos Friesland verdween en werd de AFDELING THERAPEUTISCHE GEZINSHUIZEN, formeel verdeeld onder 3 instellingen maar met de opzet om toch de eenheid te bewaren en daardoor de werkwijze op de oude voet te vervolgen.

Afdeling therapeutische gezinshuizen
Doordat het ministerie de panden Marneweg, Snekerstraat en Lutkewierum ongeschikt achtte voor de hulpverlening, werden er nieuwe panden gezocht en moesten de therapeutische gezinshuizen gaan verhuizen:
De Marneweg verhuisde naar PARREGA,
De Snekerstraat kreeg een nieuw huis op DE WARREN,
Lutkewierum verhuisde naar WOMMELS.

Bij de verdeling speelde ook de gedachte mee, dat SLF, Hid Hero Hiem en De Driesprong nu wel genoodzaakt waren om intensiever te gaan samenwerken en dat er op den duur een fusie uit zou volgen. In de daarop volgende jaren werd door de 3 Friese instellingen getracht om te komen tot een fusie. In 1986 bleek dit uiteindelijk niet haalbaar te zijn en werden de onderhandelingen stop gezet. Hid Hero Hiem en De Driesprong gingen wel door op de ingeslagen weg en per december 1986 fuseerden deze beide stichtingen.

Voor de Afdeling Therapeutische Gezinshuizen hield dit in, dat nu 3 van de 4 huizen onder 1 stichting vielen, namelijk de gefuseerde stichting Hid Hero Hiem / De Driesprong. Het huis in Wommels bleef echter nog vallen onder verantwoordelijkheid van SLF. In januari 1988 kwam hierin verandering: ook Wommels kwam bij Hid Hero Hiem / De Driesprong en na ruim 5 jaar waren alle huizen weer bij één stichting. Door een nieuwe capaciteitsverdeling werd er tevens in januari 1988 een tweede normalisatie-gezinshuis te Sneek geopend, HET ANKERPAD.

Deze nieuwe situatie was echter van korte duur. Medio 1988 ontstonden bij Hid Hero Hiem / De Driesprong financiële problemen en werd de stichting bedreigd in haar bestaan. Voor de Afdeling Therapeutische Gezinshuizen begon weer een onzekere tijd: kunnen we doorgaan met ons werk of betekent dit nu het definitieve einde?
Acties vanuit het bestuur en de medewerkers konden uiteindelijk niet verhinderen dat per 1 april 1989 de Stichting Hid Hero Hiem-D Driesprong haar hulpverlening moest stoppen.

De afdeling Therapeutische Gezinshuizen was in die tussenliggende periode de verzekering gegeven, dat zij door kon haar met har werk. In de onderhandelingen tussen de overheid en een aantal Friese instellingen was men overeengekomen dat de gezinshuizen zouden gaan vallen onder de verantwoordelijkheid van de Stichting Volksgezondheid te Rijs (tevens bestuur van Medisch Kinderhuis Mooi Gaasterland). Om organisatorische en juridische redenen werd door het bestuur besloten om de Afdeling Therapeutische Gezinshuizen voorlopig als zelfstandige stichting, namelijk de STICHTING THERAPEUTISCHE GEZINSHUIZEN BOLSWARD, te laten functioneren.

Per 1 januari 1991 werd de Stichting Therapeutische Gezinshuizen opgeheven en formeel als afdeling THERAPEUTISCHE GEZINSHUIZEN BOLSWARD ondergebracht bij de Stichting Centrum Residentiële Jeugdhulpverlening Friesland (de nieuwe naam van stichting Volksgezondheid).

Ontwikkeling van het inhoudelijke werk
Toen Browndale in Nederland startte met de gezinshuizen, werd dit met argusogen bekeken. Hoewel steeds meer hulpverleners vraagtekens gingen zetten bij de grote kinderbeschermingsinternaten, vond men de stap die Browndale zette, toch wel erg radicaal: zulke moeilijke kinderen laten wonen in gewone huizen en bovendien als werkers kiezen voor een samenleven met diezelfde moeilijke kinderen. De werkers die dit gingen doen, werden zowel bewonderd als verguisd. Men had bewondering voor het grote idealisme en de inzet, maar werkers uit de traditionele instellingen voelden zicht ook bedreigd. Immers, het volmondig ja zeggen tegen de Browndalewerkwijze hield in, dat men vraagtekens moest gaan stellen bij de eigen uitgangspunten en werkwijze.

Dit gold overigens niet alleen voor groepsleiders, maar ook voor gedragswetenschappers, directies vakbonden en beroepsopleidingen. Binnen de Browndalewerkwijze kreeg namelijk de gedragswetenschapper een minder bepalende rol, was er een gedecentraliseerde kleinschalige organisatie, hield men zich niet aan de 40-urige werkweek en werden geen opleidingseisen gesteld aan de werkers. Kortom, genoeg stof voor heftige reacties en polarisatie binnen het beroepsveld; men was voor of tegen! De voorstanders wilden van geen kritiek horen en de tegenstanders lieten geen gelegenheid onbenut om hun gelijk aan te tonen!

Dat het Browndalewerk zijn plaats binnen de jeugdhulpverlening heeft verworven, is dan ook te danken aan de fervente voorstanders en werkers van het eerste uur. Zij waren de pioniers, die slechts met hun idealen en doorzettingsvermogen aan het werk gingen. Het enige voorbeeld dat men had, was het Browndale-werk in canada en voor de rest moest alles vanuit het niets worden opgebouwd en vormgegeven. Dat hierbij fouten werden gemaakt en de nuances soms werden vergeten, spreekt voor zichzelf en is inherent aan pionierswerk.
Dat het Browndalewerk zich methodisch heeft ontwikkeld, is te danken aan diegenen die, met nog steeds dezelfde idealen, in staat waren te leren van de gemaakte fouten. Zij brachten nuanceringen aan en bouwden voort op de gelegde basis.

In het volgende gedeelte worden voor de duidelijkheid een aantal inhoudelijke gebieden afzonderlijk benoemd. Dit is echter een werkwijze die o.a. uitgaat van: “elk mens is een geheel, dat meer is dan de som der deelaspecten”. (voor mens kan men ook lezen: kind, ouder, werker, organisatie etc.) Dit houdt in, dat elk deelaspect moet worden gezien in samenhang en wisselwerking met de andere delen en het geheel.

De hulpverlening
Bij Browndale zijn er vanaf het begin, op basis van principiële uitgangspunten, heel duidelijke keuzes gemaakt in de manier van werken met kinderen en hun ouders. Hoewel die uitgangspunten en de uitwerking daarvan, door de buitenwereld vaak zijn bekritiseerd en onder druk werden gezet, bleven zij de basis van het werk. In de afgelopen 15 jaar is er weliswaar op organisatorisch gebied veel onrust geweest, maar de “eigen wijze” manier van hulpverlenen bleef desondanks bestaan en heeft zich verder ontwikkeld.

Die ontwikkeling bestaat enerzijds uit een verdieping en verbetering van de methodiek, anderzijds door een duidelijkere afbakening van demogelijkheden.

Intake
Bij de intake wordt bewuster gekeken of het kind gebaat zal zijn bij de Browndalewerkwijze. Eén van de effecten hiervan is, dat de opnameleeftijd van de kinderen lager geworden is. In de therapeutische gezinshuizen worden kinderen tot 12 jaar opgenomen, de pubers worden eventueel in een normalisatiehuis geplaatst.
Bovendien hebben de plaatsende instanties meer weet van de mogelijkheden en beperkingen van de werkwijze en kiezen zij bewuster.

Problematiek
De problematiek van de opgenomen kinderen lijkt ingewikkelder te zijn geworden. De laatste jaren is met name de incestproblematiek sterk onder de aandacht gekomen.
Thuisplaatsingen verlopen moeizamer en zijn in steeds meer situaties niet haalbaar. Veel kinderen zijn aangewezen op doorplaatsing naar een pleeggezin of normalisatiegezinshuis.

Behandeling
Er worden duidelijke behandelingsplannen gemaakt en de methodiek wordt meer doordacht toegepast. Zo wordt eer bewuster gebruik gemaakt van de mogelijkheden van een 1 op 1 – relatie. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen binnen de hupverlening worden goed gevolgd en waar mogelijk en nodig ingepast in de behandeling van het individuele kind. De inhoudelijke deskundigheid is sterk vergroot.

De ouders
De hulpverlening aan de ouders heeft een duidelijke plaats gekregen. Door de consulent oudercontacten en de werkers in de huizen samen, wordt getracht de ouders zoveel mogelijk te betrekken bij de behandeling van hun kind. Er worden meer doordachte plannen gemaakte en er wordt methodischer gewerkt. Door de verzwaarde problematiek kost het meer tijd en moeite om het hulpverleningsproces in gang te zetten en te houden.

Het activiteitencentrum
Het activiteitencentrum heeft een volwaardige plaats gekregen binnen de behandeling. Er is een aparte methodiek uitgewerkt voor het proces op het activiteitencentrum, die aansluitend/aanvullend is op de behandeling in het huis. Behalve de huisvesting zijn ook de leermiddelen sterk verbeterd.

Interne structuur
Er is meer rust en structuur in de huizen gekomen, o.a. door een grotere continuïteit in het personeelsbestand. De functie-inhouden en verantwoordelijkheden zijn uitgekristalliseerd en door een gestructureerde, intensieve begeleiding en open communicatie is de werksfeer verbeterd. De overlegvormen, behandelings-besprekingen en de rapportages hebben qua inhoud en vorm een duidelijke plaats gekregen.

Inservicetraining en scholing
De inservicetraining is kwalitatief sterk verbeterd, heeft een belangrijke functie binnen de methodiekoverdracht en er wordt structureel gebruik van gemaakt. Ook de mogelijkheden van externe scholing en deskundigheidsbevordering worden zoveel mogelijk benut.

Zomerkamp
Vrijwel vanaf het begin ging men met de kinderen primitief kamperen in de bossen. De positieve uitwerking hiervan op de ontwikkeling van de kinderen, de samenwerking en het saamhorigheidsgevoel maakten, dat dit nog steeds jaarlijks gebeurt. Qua vorm is het gelijk bleven, maar er wordt bewuster gebruik gemaakt van de specifieke mogelijkheden.

Samenwerking
De samenwerking met plaatsende instanties, scholen, collega-instellingen en overheden is geïntensiveerd. De Browndalewerkwijze is een integratief onderdeel geworden van de Friese jeugdhulpverlening.

Personeelsbeleid
Wanneer men er vanuit gaat, dat de werkers in de huizen de belangrijkste schakel zijn in het hulpverleningsproces, dan moet men goed omgaan met die mensen. Wanneer men bovendien beseft, dat er van Browndalewerkers veel wordt gevraagd dan is “goed omgaan met” niet voldoende, maar is evens een zorgvuldige en deskundige begeleiding noodzakelijk!

Voor de werkers van het eerste uur was er weinig geregeld op het gebied van begeleiding en ondersteuning. De centrale organisatie was sterk gericht op expansie en stak weinig energie in een zorgvuldig personeelsbeleid. Er was geen eenduidig beleid en het hing sterk af van personen. Er was geen eenduidig beleid en het hing sterk af van personen. Ieder kon en moest zijn eigen invulling geven!

Bovendien was de centrale organisatie zeer ambivalent in haar opstelling: men gaf de regio’s en huizen aan de ene kant veel vrijheid, terwijl men aan de andere kant plotseling en zonder overleg allerlei nieuwe ideeën en maatregelen invoerde. Het leek erop of de democratisering aan Browndale voorbij gegaan was.
Dat dit op den duur problemen gaf, moge duidelijk zijn. Zeker binnen een decentrale organisatie met werkers die als pioniers en vanuit hun idealisme bezig waren. En ook in de regio Friesland bleven de gevolgen niet uit: de spanningen liepen hoog op en er volgde een periode van ernstige arbeidsconflicten.

De komst van een nieuwe algemeen directeur in de centrale organisatie, zorgde er echter voor, dat die periode geen desastreuze gevolgen had. Er werden reorganisaties doorgevoerd, die meer recht deden aan de zelfstandigheid en eigen inbreng van de huizen en de regio’s. Bovendien werd er een begeleidingssysteem opgezet met een duidelijke personeelsformatie. Dit gaf de regio’s de gelegenheid om een structurele begeleiding en ondersteuning aan te bieden aan de werkers in de huizen.

In Friesland greep men die mogelijkheden met beide handen aan, omdat men terdege besefte dat het gemis aan medezeggenschap en begeleiding een negatieve invloed had op een goede werksfeer en deskundige hulpverlening. Gestalte geven aan die medezeggenschap en goed begeleiding is een proces dat niet stopt en er op gericht om een goed balans te vinden tussen een duidelijke structuur qua begeleiding en verantwoordelijkheden en het recht willen doen aan de creatieve inbreng van de werkers. Werkers moeten zich kunnen herkennen in de organisatie waarin menselijkheid en liefde belangrijke bouwstenen vormen om de hulpverlening gestalte te kunnen geven.

De werkers
Zoals gezegd in de inleiding waren de eerste werkers pioniers. Sommige werkers waren reeds werkzaam in de hulpverlening en kozen vanuit hun onvrede met de bestaande instituten voor een totaal andere wijze van hulpverlenen aan kinderen. Anderen hadden totaal geen beroepsopleiding/ervaring, maar kregen bij Browndale de kans om met hun eigen mogelijkheden met kinderen te werken. Browndale gaat uit van het principe dat de persoon van de werker (met zijn eigen mogelijkheden en ervaringen) de belangrijkste schakel is in het hulpverleningsproces. Of die werker nu wel of niet een beroepsopleiding heeft gevolgd, is in feite niet vanuit een emotionele betrokkenheid en met gezond verstand met kinderen om te gaan.

De specifieke manier van werken en het leren omgaan met probleemgedrag, wordt “on the job”, door middel van intensieve begeleiding en inservicetraining, geleerd. In de afgelopen 15 jaar is dit principe overeind gebleven, evenals het idealisme en de overtuiging waarmee mensen voor de Browndalewerkwijze kiezen. Nog steeds werken er mensen die vanuit een totaal andere beroepsgroep komen en laten zien dat zij op een goede manier met “moeilijke” kinderen kunnen werken en leven. En nog steeds werken zij samen met mensen die wel een gerichte beroepsopleiding hebben gevolgd.

Aan de selectie van werkers wordt wel meer aandacht en tijd besteed. Was vroeger de eigen motivatie het belangrijkste aandachtspunt, nu wordt er tevens gericht en kritisch gekeken naar de ervaringen en mogelijkheden van aanstaande werkers. Dit heeft er mede toe geleid, dat de werkers nu gemiddeld wat ouders zijn, meer ervaring hebben en hun periode van 2½ jaar op een gunstige manier volmaken.

Dit boekje wordt u aangeboden ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van de BROWNDALE-WERKWIJZE in Friesland.
De THERAPEUTISCHE GEZINSHUIZEN BOLSWARD, Groot Kerkhof 1, 8701 HG Bolsward, voert deze unieke vorm van hulpverlenen uit in 3 therapeutische gezinshuizen, 2 normalisatiegezinshuizen en het Activiteitencentrum.

Met dank aan:
Alle huidige en ex-Browndalewerkers voor hun enthousiasme en doorzettingsvermogen!
Allen die in de afgelopen 15 jaar Browndale een warm hart toedroegen en mede het werk mogelijk hebben gemaakt!
Joop van Belkum en Eric Duffels voor hun bijdrage!

Het boekje is samengesteld en geschreven door:
Wiebo Buikstra, Will Bijlstra en Inez Stelwagen.

Bolsward, 19 april 1991.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.